Ontstaan van verenigingen


De plattelands bevolking van Almelo van die tijd maakte een veel groter percentage van het totale aantal inwoners uit dan nu het geval is. Ook in absolute zin was het aantal veel groter dan heden ten dage.

Een ander groot verschil ten opzichte van nu is, dat de jeugd toen in het algemeen minder lang naar school ging en een veel groter aantal thuis bleef en mee hielp met de werkzaamheden op de boerderij. De mechanisatie op de boerderijen stond toen nog op een zeer laag pijl. Het waren veelal echte gemengde boeren bedrijven met rundvee, varkens en kippen. Naast grasland was er vaak wat akkerbouw met graan, aardappels en voederbieten. Ieder gewas had zijn eigentijd van zaaien, planten en oogsten, met als gevolg dat er het hele jaar door werk aan de winkel was. Er waren geen melkmachines en ook geen trekkers! De paarde krachten werden dus geleverd door echte paarden en dit alles had tot gevolg dat er veel handarbeid verricht moest worden, het hele jaar door. Dit verklaard dan ook dat er toen veel jongeren thuis op de boerderij bleven werken, dit in tegenstelling met de toestand op dat moment.

Tijdens W.O. 2 1940-1945 ging ons land gebukt onder de Duitse bezetting. Veel gebeurtenissen en activiteiten werden hierdoor sterk beïnvloed. Naast het feit dat de behoefte om veel prettige dingen te doen vaak ontbrak werd dit ook geblokkeerd door de instelling van de bezetter van de Kultuurkamer. Alle culturele activiteiten moesten worden gemeld en werden min of meer gecontroleerd. Ook het later ingestelde samenscholingsverbod maakte veel activiteiten onmogelijk. Het gevolg van dit alles was dat veel verenigingen, organisaties en clubs werden opgeheven of in een inactieve vorm slapend bleven bestaan.

Toen in 1945 de bevrijding plaats had gevonden en de oorlog tot het verleden behoorde, sloeg de stemming onder de bevolking begrijpelijk totaal om. Overal werd feest gevierd en allerlei festiviteiten georganiseerd. Bijvoorbeeld buurtverenigingen rezen als paddestoelen uit de grond en slapende verenigingen ontwaakten massaal. Ook het agrarisch bevolkingsdeel nam hier natuurlijk intens aan deel.

De plattelandsjeugd was in Almelo in die tijd grotendeels lid van B. D. V. en Ontwikkeling. B. D. V. = Boeren Dochters Vereniging was de plaatselijke afdeling van de provinciale B. v. O. L. O. = Bond van Oud leerlingen Landbouwhuishoud Onderwijs.

Ontwikkeling was de Almelose afdeling van de provinciale B. O. O. = Bond van Oudleerlingen van landbouw onderwijs in Overijssel.

Beide verenigingen hanteerden niet meer de eis dat je, om lid te worden, dit onderwijs ook gevolgd moest hebben, dus kon iedereen lid worden. Het waren afzonderlijke verenigingen met ieder hun eigen activiteiten, overwegend van technische aard (koken, naaien, wecken etc voor de dames en zaken van het landbouwbedrijf zoals de bedrijfs keuring, gewassen keuring etc.) voor de heren.

Ook werden er steeds meer activiteiten op cultureel gebied samen gedaan. Het was in die tijd dat een aantal jongeren, mogelijk mede gestimuleerd door de omgeving en cursussen op de volkshogeschool, vonden dat er meer activiteiten beschikbaar moesten komen voor de Almelose plattelands jeugd.

Toen werd naast de v. v. V. A. B. O. (voetbal als boeren ontspanning) ook Gymnastiek en volksdans vereniging “De Korenaer”opgericht.


Z.J.Hondebrink.