De geschiedenis van de Almelose coöperatieve verenigingen

 

In het begin van de twintigste eeuw had de boerenstand een moeilijk en sober bestaan. Enkele vooruitstrevende boeren en tuinders zochten toen naar mogelijkheden, om de materiële welstand  te verhogen.

Toen kwam men op het idee, om voor gezamenlijke rekening en verantwoording zaken te gaan doen. Met als gevolg, dat er in het tweede decennium van de vorige eeuw verschillende coöperaties werden opgericht, die ieder op hun eigen terrein, de belangen gingen behartigen van hun leden.

In 1902 werd de Coöperatieve Landbouwersbank en Handelsvereniging ,,Almelo,, opgericht, met als doel om voor haar leden voor gezamenlijke rekening grondstoffen voor veevoer en kunstmest aan te kopen.

In 1911 werd de Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek ACO opgericht.Deze melkfabriek had tot taak om de melk, die door de leden-veehouders werd aangevoerd, als consumptiemelk en de van de melk geproduceerde producten aan de burgers te verkopen.

In 1916 werd Coöperatieve Boerenleenbank ,,Almelo,, opgericht, om de geldzaken van haar leden te behartigen.In het begin werd de start van deze coöperaties als een waagstuk beschouwd en veel boeren waren terughoudend om als lid toe te treden. Maar ze kregen de smaak te pakken, toen bleek, dat door samen te werken, veel voordelen te behalen waren

Als rode draad loopt door deze geschiedenis de persoon van Gerhard Bolk: de stuwende kracht en groot voorvechter ter verhoging van de materiële welstand en verheffing van de boerenstand! Door zijn eenvoud en integriteit kregen veel boeren vertrouwen in de coöperatie. Als gevolg van het toenemende vertrouwen in samenwerkingsverbanden, werden vervolgens meerdere belangenorganisaties opgericht:

In 1913: de zwartbontstierhouderij, en in 1921: de roodbontstierhouderij.

In 1919: de fok- en controlevereniging en de vereniging voor varkenshouderij en -fokkerij,

Op 7 Augustus 1917: vereniging ,,Ons Belang”, als afdeling van de O.P.C. voor de pluimveehouderij, en de coöp. groente-, aardappel- en fruitveiling ,,Almelo en Omstreken.”

In 1921: de vereniging voor slachtveeverzekering: het Slachtveefonds.

In 1910: vereniging ,,Ontwikkeling” als afdeling van de B.O.O. en in 1923: de boerendochtersvereniging , de B.D.V.

Na de oorlog op 15 Januari 1946: de Bond van Plattelandsvrouwen, afdeling Almelo,

en ook in 1946 de gymnastiek- en volksdansvereniging "de Korenaer" en de voetbalclub V.A.B.O.

Door de vorming van deze verenigingen deed daarmee, wat begonnen is met de 3 grote coöperaties, het met elkaar samenwerken haar intrede in de Almelose boerengemeenschap. Niet alleen op zakelijk gebied, maar de besturen van de 3 grote coöperaties waren ook overtuigd van het nut van verheffing van het platteland. Zij gaven niet alleen morele, maar ook financiële ondersteuning om dit te promoten.

In 1934 werd al een commissie ingesteld om het landbouwonderwijs en het landbouwhuishoudonderwijs te propageren. Het bevorderen van cursussen en keuringen. Het aankopen van beter fokmateriaal van zowel fokmerries, als fokberen en fokstieren. In het begin der 40-er jaren raakte de kunstmatige inseminatie in zwang en werd in Almelo ook de ,,K I” opgericht.

In 1946 werd de "Gezondheidsdienst voor vee" opgericht.

Denk ook aan de aankoop van gymnastiektoestellen voor de gymnastiekvereniging "de Korenaer".

De A.A.B.B. (de Almelose Agrarische Bestuurders Bond) als exponent van de 3 coöperaties, hield de culturele en geestelijke waarden van de boerenstand in de gaten en zorgden ervoor, dat er eventueel financiële ondersteuning kwam. (ook wel eens de drie suikeroompjes genoemd.)

Tot slot kunnen we niet anders dan grote bewondering hebben voor die pioniers, die door taaie vasthoudendheid, de Twentse boer eigen, dit tot stand gebracht hebben, tot grotere welvaart voor boer en tuinder en verheffing van het platteland !!

 

Jan Hammink

Wierden.